Ons ervan losmaken kan alleen samen

Als ik naar de wc ga. Als ik zit te studeren. Als ik in bed lig. Als ik aan het koken ben. En eigenlijk zelfs in elk gezelschap. Ik heb het over iets dat ik teveel doe: hopeloos op mijn telefoon kijken. En dan bedoel ik niet de momenten waarop ik mijn telefoon voel trillen of geluid hoor maken, want op die momenten pak ik mijn blauwe plastic (tijdens het bestellen ging er iets fout en nu zit ik opgescheept met een babyblauwe iPhone 5c, oh, firstworldproblems) apparaatje sowieso uit mijn zak of tas. Ik heb het nu expliciet over de momenten waarop ik eigenlijk wel wéét dat er niemand is die om mijn aandacht vraagt, maar ik tóch kijk of er iets is binnengekomen. En ja, negen van de tien keren is dit niet het geval. Waarom blijf ik dit dan toch volhouden? Nou, omdat ik behoorlijk lijd aan the fear of missing out, kortweg FOMO. En ik denk wij allemaal.

FOMO is inmiddels een bekend begrip, nu tegenwoordig iedereen een smartphone heeft en deze de hele dag bij zich draagt. Echter heb ik een hele tijd beweerd hier niet aan te lijden. Ha! Toch wel dus. En nu ik deze ontkenningsfase voorbij ben, wil ik er graag vanaf. Het kost me zoveel tijd om steeds maar bezig te zijn met checken of ik berichtjes heb. Ik voel me naakt als ik m’n telefoon niet bij me heb en stiekem verwacht ik telkens een hele rits aan berichtjes als ik een uur niet op mijn telefoon heb kunnen kijken als ik bijvoorbeeld in een werkgroep zat. Het klinkt allemaal behoorlijk belachelijk en dat is het eigenlijk ook.

Vijf jaar geleden had ik namelijk niet verwacht dat mijn leven zo beheerst zou worden door mijn smartphone en tien jaar geleden bestonden die dingen nog niet eens. Toen ik nog een klein Wiesje was dat huppelend langs de deuren ging om te vragen of haar vriendinnetjes buiten kwamen spelen. Tegenwoordig maak ik bijna elke afspraak via mijn telefoon. Zelfs met mijn huisgenootjes contact ik soms via whatsapp, terwijl we ons dans ce moment gewoon in hetzelfde huis bevinden.

Conclusie: mijn smartphone bezorgt me een combinatie tussen luiheid en angst om dingen te missen. En daar ben ik zelf bij. Tijd dus om mijn telefoon de baas te worden en afscheid te nemen van al die nutteloze blikken op mijn telefoon. En tijd ook om eens wat meer real-life sociaal contact aan te gaan, in plaats van whatsappen, bellen en smsen. Probleem numero uno doet zich al voor: mijn FOMO wordt alleen maar erger als ik mijn smartphone wegdoe en jullie niet. Dus, zullen we ze samen wegdoen? Voor eventjes?

Ons ervan losmaken kan alleen samen

Door te schudden is ééntje genoeg

Het is keimakkelijk om de wereld een stukje slechter te maken. Gewoon even in een auto stappen en ergens heen rijden. Of vlees kopen en eten. Allemaal niet goed. Maar sommige handelingen zijn nou eenmaal gewoontes of zijn lekker makkelijk. Als je, zoals het merendeel van mijn vriendenkring, bent opgevoed met dat het normaal is om bij elke avondmaaltijd een stukje vlees te eten, tja, dan stap je daar niet zo snel van af. En ja, als de openbaar vervoer-verbinding naar je werk heel erg omslachtig is, dan pak je liever de auto dan dat je twee keer overstapt met de trein en vervolgens nog een bus moet nemen. Allemaal best wel begrijpelijk en realistisch.

Dit zeg ik natuurlijk allemaal omdat ik mezelf er ook schuldig aan maak. Ik zou het liefst de hele wereld opdragen om nooit meer met de auto te gaan en om nooit meer vlees of vis te eten. Maar I’ve got to practice what I preach en hoewel ik eigenlijk zelden in de auto zit, eet ik graag vis en heel af en toe vlees. En daar kan ik natuurlijk lekker van gaan zitten balen en me schuldig over voelen. Maar schiet ik daar iets mee op? Nein. Laat staan dat de wereld daar beter van wordt, integendeel: negativiteit maakt je kortzichtig en doet je wereld krimpen. Niet doen dus. In plaats daarvan zoek ik graag naar kleine dingen om de wereld een beetje beter en mooier te maken. En dan bedoel ik écht kleine dingen. Maar dan wel dingen die vaak terugkomen en die daardoor een verschil kunnen maken. Niets zo fijn als het jezelf lekker makkelijk maken maar tóch een goed gevoel krijgen.

Zo ga ik ongeveer vijf keer per week naar de wc op de universiteit (misschien ook wel vaker, en ook weleens in andere openbaren gelegenheden, want ja wat moet dat moet) en daar tref ik: papieren handdoekjes. Van die dingen die opgevouwen in een dispenser zitten en waarbij ééntje echt niet genoeg is om je handen echt droog te maken. Dacht ik. Maardasdusniewaarhe. Kijk maar naar Joe Smith:

Ondertussen doe ik nog steeds mijn best om vlees te laten staan en om niet met de auto te gaan, en dat lukt soms. Maar ik gebruik in ieder geval maar één papieren handdoekje per keer. Zou je ook kunnen doen. Goed gevoel gegarandeerd.

Door te schudden is ééntje genoeg